Share this article

Anna Catharina - mijn moeder

Er zijn mensen geweest die mij een 'moeders-kindje' genoemd hebben. Ik geef ze niet helemaal ongelijk. Ik heb mijn hele leven een ontzettend sterke band met haar gevoeld. Ze is een van de mensen die veel invloed op de loop van mijn leven hebben gehad. Misschien is zij wel de meest bepalende van allemaal geweest.


Haar naam was Anna Catharina. Ik noemde haar eerst lange tijd 'Mutti'. Ergens in de tijd is dat overgegaan naar 'Mama'. Ik denk toen ik weer uit Leipzig thuis kwam wonen, in 1772, maar zeker weten doe ik dat niet. Zoiets is zo gewoon, dat het onbewust wordt.


Ze was in 1717 geboren. Ik in 1742. Zij was 24 toen ik uit haar schoot kwam. Ik was haar eerste en, zo bleek al snel, haar enige kind. Mijn vader stierf toen ik 2 was. Ik was te jong om hem te herinneren. Ik heb begrepen dat hij een 'Färber' was; dat is het Duitse woord voor verver, een ambacht gericht op het verven van textiel. Ik ben dus de zoon van een ambachtsman. Daarmee wortel ik in de burgerlijke klasse van de samenleving van die tijd. Dat thema 'Burgerlijke klasse' zal me mijn hele leven bezig blijven houden.


Ik ben dus opgegroeid zonder vader, zonder broers of zussen, met alleen mijn moeder, voor wie ik alles was. Mijn moeder is na het overlijden van mijn vader nooit hertrouwd. Zij beschikte over een bescheiden vermogen dat via verschillende potjes bij haar was samengekomen. Met haar Lutherse opvoeding was ze op en top zuinigheid en vlijt. 


Dat bescheiden vermogen, gecombineerd met de Luthers christelijke waarden en normen, heeft het haar mogelijk gemaakt om mij een goede opleiding te kunnen geven. Zelf heeft ze ook actief aan mijn vorming en ontwikkeling bijgedragen. Achteraf zie ik duidelijk de invloed van haar religieuze en morele vorming in mijn eigen wereldbeeld, mijn interesses en waar ik graag over wilde nadenken en schrijven. Ik weet inmiddels dat dat voor meer mensen geldt, maar dus ook voor mij.


Toen ik ging studeren in Frankfurt aan de Oder, daarna Halle en weer daarna naar de universiteit van Leipzig ging, heb ik haar best gemist. Zij mij ook. In 1772 - ik was 30 - besloot ik Leipzig te verlaten en weer thuis te gaan wonen. Ik miste Breslau, miste mijn ouderlijk huis en miste haar. Het was fijn om weer thuis te zijn.


Vanaf het moment dat ik weer terug in Breslau was en als 'Privé geleerde' aan de weg probeerde te timmeren heeft ze me heel veel geholpen. Ze was mijn onderzoeksassistent en kopiist, een vergeten term voor iemand die teksten, muziek of documenten kopieert of overschrijft. Ook deed ze veel van mijn correspondentie, waar ook een stuk zakelijkheid bewaakt moest worden. We waren een hecht team.


Maar ze was ook mijn moeder. Ziekelijke en hypochondrische filosoof die ik was, ze beschermde me tegen de praktische beslommeringen van het dagelijks leven. Vaak hield ze me de spiegel voor dat ik me aanstelde en niet zo moest zeuren, drentelen en drenzen. Als haar inschatting was dat er echt iets met me aan de hand was, zorgde ze voor me: "Daar ben je moeder voor", was dan haar gevleugelde uitspraak.


Mijn moeder is gestorven in 1792. Ik was net 50 geworden. Ik merkte direct hoe belangrijk ze voor me was, niet alleen als moeder, vooral ook als mijn steun en toeverlaat in mijn werk. Vanaf het moment van haar overlijden begonnen de krabbels en paperassen zich op te stapelen. De hoeveelheid 'ruwe aantekeningen' werd steeds groter, de stapels steeds hoger. Het overzicht steeds minder.


Toen ik in 1798 overleed hebben de mensen die zich over mijn nalatenschap moesten ontfermen er een hele kluif aan gehad om alles te ordenen en tot publiceerbare werken te komen. Dat is uiteindelijk gelukt, maar ja, toen kwam meteen het moment dat er eigenlijk niemand meer op mijn werk zat wachten. Zo gaat dat.


Als ik van heel hoog in de lucht op mijn leven terugkijk dan heeft - van iedereen - mijn moeder de meeste invloed op mij uitgeoefend en mij ook het meeste bijgestaan; een leven lang.


Ik denk dat de afhankelijkheid van mijn moeder best uitzonderlijk genoemd kan worden. Toen had ik dat niet zo in de gaten. Nu zie ik dat het uitzonderlijk was. Misschien ook wel een beetje ongezond uitzonderlijk. 


Helder voor mij is dat de manier waarop ze me opgevoed heeft een van de redenen is waarom mijn filosofie zo sterk gericht gebleven is op burgerlijke deugden, gematigdheid en praktische moraal; vooral vanaf het moment dat ik in 1772 weer thuis ging wonen en dagelijks met haar aan het werk was. Tegelijk heeft mij dat ook focus gegeven en heeft me gemaakt tot wie ik ben.


Daarom uit de grond van mijn hart, een beetje klef: "Mutti, bedankt!"


Recente artikelen

Mijn populariteit als 'Popular'-filosoof
door Christian 21 juni 2026
Mijn populariteit als 'Popular'-filosoof
Een cruciaal moment in mijn loopbaan.
door Christian 19 juni 2026
Ontmoeting koning Frederik de Grote
afbeelding bij de fabel de dansbeer, bron 'Fabeln und erzaehlungen', Gellert, 1989.
door Christian 16 juni 2026
Een fabel met een twist
Ovaal zwart-wit portret van een formeel geklede man met krullend haar, die iets naar links kijkt.
door Christian 13 juni 2026
Hoe Kant en ik elkaar beïnvloed hebben.