Share this article

Mijn populariteit als 'Popular'-filosoof

Ik weet nog dat ik in de laatste jaren voor mijn dood (1798) binnen de Pruisische filosofie-scene ‘hot’ was. Zelfs de grote Kant heeft mij in zijn voorwoord van zijn werk ‘De metafysica van de zeden’ (verschenen in 1797) een filosoof in de ‘echte zin van het woord’ genoemd. Wow!

 

Inmiddels weet ik dat het na mijn dood met mijn ‘naam en faam’ snel bergafwaarts is gegaan is. Na het ‘hot’ was ik heel snel ook weer ‘not’. Ook mijn boeken waren niet meer aan de straatstenen te slijten. Zelfs de Ramsh wilde ze niet.

 

De filosoof Friedrich Schlegel deelde de genadeklap uit. Schlegel was aan het begin van de 19e eeuw een gevierd filosoof, kopstuk van de Romantiek en boegbeeld van het Duits Idealisme.

 

Hij behoorde, samen met o.a. de filosofen Schleiermacher en Schelling, tot een netwerk van vrienden, denkers en schrijvers. De groep had zich rond 1795–1800 in en rond de universiteitsstad Jena verzameld. Ze waren jong en wild, en hadden de ambitie de wereld van de literatuur en de filosofie op de kop te zetten en te herwaarderen.

 

In zijn verhandeling uit 1812 over ‘de geschiedenis van de oude en de nieuwe literatuur’ bestempelde Schelling de filosofen en auteurs als ‘Oud’, die zich 1) baseerden op de Griekse en Romeinse Klassieken en 2) zich hebben laten beïnvloeden door de Engelse en Schotse Verlichting. Dit tweede punt vraagt misschien een korte toelichting.

 

De door Schelling bedoelde Engelse en Schotse filosofen werden ook wel de ‘Empiristen’ genoemd. Deze ‘Empiristen’ stelden dat je alleen via momenten van ervaring (de empirie) tot kennis van iets kon komen. Dit stond lijnrecht tegenover het standpunt van het Duits Idealisme, dat juist als reactie op het Empirisme was ontstaan.

 

De Duitse Idealisten erkenden het belang van ervaring, maar verwierpen het idee dat alle kennis uit ervaring voortkomt. Empirische wetenschap leverde gegevens, maar niet het diepste begrip van hun samenhang. Het diepste begrip van samenhang en kennis kon alleen verstandelijk via de rede tot stand komen, aldus Schelling en kompanen.

 

En wat had dit alles nu met mij te maken? In de ogen van Schelling was ik zowel sterk beïnvloed door de oude Klassieken als door de Schotse empiristen. Twee keer fout dus. Dus werd ik weggezet als één de ‘oudjes’, en niet meer interessant. Hij had zelfs een begrip bedacht om mijn filosofie mee te diskwalificeren, ‘Garvianisme’. Ik was toen al een tijd dood en dus kansloos.

 

Als filosoof heb ik mijn ‘moment of fame’ gehad, een ongekende populariteit, snel gevolgd dood en vergeten. Ik heb, ego als ik toch ook ben, de verleiding niet kunnen weerstaan om een kijkje te nemen in het monumentale werk van Bertrand Russel ‘Geschiedenis van de Westerse filosofie, vanuit de politieke en sociale omstandigheden van de Griekse Oudheid tot in de twintigste eeuw’. Het werk verscheen in 1945 en telt ruim 900 pagina’s! Je raadt het al, denk ik, mijn naam komt er niet in voor. Schelling en Kant wel.

 

Tot zover mijn eigen populariteit. Eigenlijk is ‘populariteit’ best een boeiend begrip. Tot hier in de tekst hebben we het begrip populariteit gebruikt in de betekenis dat veel mensen mij waardeerden, bewonderden, volgenden of aandacht gegeven hebben. Dat ik ‘Hot’ was.

 

Popular Philosophie

 

En nu kan het een beetje lastig worden en een woordspelletje lijken. Ik was populair als ‘Popular Philosoph’ (dit is een Duits begrip). “Wat de piep!”, werd bedoeld met ‘Popular Philosoph’?

 

Het begrip is in het midden van de 18e eeuw ontstaan. Ik voel me ook één van de mensen die het begrip verder de wereld in geholpen hebben. Het begrip ‘Popular’ vindt diens oorsprong in de traditie van de retoriek (de kunde van welsprekendheid) en gaat terug op Aristoteles.  Het betekent zoveel als een voor het gewone verstand geschikte, eenvoudige en begrijpelijke manier van presenteren.

 

Het begrip werd gebruikt door mensen die filosofie begrijpelijk wilden maken voor de grote groep goed opgeleide burgers. Mijn mentor en vriend Gellert aan de uni van Leipzig had ook een dergelijke stijl om met filosofie om te gaan. Ik voel me ook één van de mensen die het begrip verder de wereld in geholpen heeft.

 

Als ‘Popular’ filosofen wilden we de filosofie onder de mensen brengen en niet in de muffe kamertjes van de wetenschappers houden, met hun kleine academische kring van ‘wat zijn we toch goed bezig met elkaar’.

 

We zagen het als een essentieel onderdeel van de Verlichting om de filosofie breed onder de burgerij te brengen. Daarvoor was het nodig om laagdrempelig te schrijven en geen moeilijke woorden te gebruiken.

 

In die zin was onze aanpak van de filosofie ook weer een reactie op het doorgeslagen rationalisme van bijvoorbeeld de filosofen Liebniz en Wolff; dat alles en alles alleen maar rationaliteit is, geen natuur, geen ervaring, alleen maar denken-denken-denken, verstand-verstand-verstand.

 

Dat de academische wereld op ons reageerde door ons te bestempelen als ‘dames filosofen’, ‘hof filosofen’ of ‘salon filosofen’ zegt meer iets over het protectionisme en de hooghartigheid van hen, dan over ons.

 

Om het begrip meer praktische betekenis te geven hebben we het destijds ook benoemd als ‘filosofie voor de wereld’, filosofie voor ‘hoe te leven’ of levenskunst. Doel was om mensen tot nadenken te bewegen over het leven, en hoe te zijn en te handelen binnen de samenleving waarin men woonde, werkte en liefhad.

 

Achteraf begrijp ik volkomen dat de academische filosofische wereld ons als tweederangs heeft weggezet. Het ging er in de academische wereld destijds om dat je als filosoof vooral abstract moest zijn en de wereld en de buiten/boven-wereld als systeem kloppend moest krijgen door de rede en het verstand. Men noemde dat ‘systeem-filosofie’.

 

Ik heb inmiddels begrepen dat dit idee van ‘systeem-filosofie’ zich ook de hele 19e eeuw heeft laten gelden. Zelfs de grote denker Friedrich Nietzsche werd eigenlijk door de academische wereld niet als filosoof gezien, omdat hij geen systeem-benadering had.

 

De populariteit van filosofie als levenskunst

 

En dan vind ik het leuk te mogen constateren dat in de jaren 80 van de vorige eeuw de filosofie van de levenskunst weer nieuw leven ingeblazen is, ook weer populair geworden is en nog steeds is. Nu 40 jaar later zijn de werken over levenskunst nog steeds niet aan te slepen in de boekwinkels. Er verschijnen maandelijkse nieuwe titels.

 

Het is opnieuw een eigen genre, zowel in Nederland als Duitsland. In Duitsland is ‘Popular Philosophie’ zelfs een specifieke discipline bij sommige universiteiten. “Joehoe!”

 

En opnieuw grijpen de filosofen van de levenskunst terug naar denkbeelden van de oude Grieken en Romeinen. Vooral de stoïcijnse denkers zeer weer ‘hot’. “Schelling, lekker puhh!”.

 

De oude Griekse filosoof Heraclitus had het al over de cycli van de natuur. Nietzsche had het over de eeuwige wederkeer. Het mag weer, de filosofie van de levenskunst! Alles komt weer terug, telkens weer.

 

En toch voelt het een beetje wrang. Het is duidelijk. Ik besef op welke plek ik in de geschiedenis van de filosofie terecht ben gekomen. Maar nee, ik berust daar niet langer in.

 

Ik wil mijn plek opeisen. Mijn plek als boegbeeld van de ‘Popularfilosofie’, als verkondiger van de filosofie van de levenskunst in de tijd van de Franse Revolutie, de tijd van de opkomst van de burgerij, de tijd dat men zich zorgen maakte over verstedelijking en arbeidsdeling.

 

Als ik om mij heen kijk is de wereld absoluut anders dan eind 18e eeuw. En toch, de wereld is ook gelijk. Het gaat om mensen, om mensen die samen vorm moeten geven aan een samenleving.

 

En ja, ik denk dat ik met mijn inzichten van destijds nog best wat te melden heb. Ook nu. Juist nu, in een tijdsgewricht waarin we denken dat we alles voor de eerste keer meemaken en geen historisch besef meer hebben meegekregen. Nog van onze ouders, nog van het onderwijs. Juist nu!

Recente artikelen

Een cruciaal moment in mijn loopbaan.
door Christian 19 juni 2026
Ontmoeting koning Frederik de Grote
afbeelding bij de fabel de dansbeer, bron 'Fabeln und erzaehlungen', Gellert, 1989.
door Christian 16 juni 2026
Een fabel met een twist
Ovaal zwart-wit portret van een formeel geklede man met krullend haar, die iets naar links kijkt.
door Christian 13 juni 2026
Hoe Kant en ik elkaar beïnvloed hebben.