Share this article

Meelezen door de ogen van Etty


Wie is nu weer André Suarès? Deze artikelen gaan toch over Christian Garve? Ja, dat klopt, maar soms reis je via Parijs, Sint Petersburg, Amsterdam en Westerbork naar Auschwitz, dat weer vlak bij Breslau ligt.

 

André Suarès (1868 – 1948) was een Franse dichter en criticus. Vanaf 1912 was hij een van de vier "pijlers" van de Nouvelle Revue Française, samen met André Gide, Paul Claudel en Paul Valéry. In 1911/1913 schreef Suarès een verhandeling over de Russische schrijver Dostojewski (in 1921 in het Duits vertaald). Het is geen biografie in de klassieke betekenis van het woord. Het is meer een soort verhandeling.

 

Ik kom op het boek omdat Etty Hillesum in haar dagboeken meerdere keren gewag maakt van dit werk. Het heeft haar blijkbaar geïnspireerd. En ik ben dan weer op zoek waar ik, in het boek van Suarès, de haakjes zie voor die invloed, voor het overnemen van denkbeelden, het vormen van inzichten.

 

Het eerste dat me bij het lezen van het boek Dostojewski opvalt is dat Suarès in het boek aangeeft dat hij, via Dostojewski, zichzelf wil waarnemen. Dit past op de reflectieve houding die Etty zich in haar dagboeken ook aanmeet. Dat is een inkopper.

 

Verderop in het boek zal Suarès aangeven dat iedereen Dostojewski leest door diens eigen ogen, vanuit diens eigen perspectief. Aldus Suarès, begrijpt eenieder Dostojewski alleen in verhouding tot diens eigen innerlijke leven, de dingen waar iemand zich innerlijk mee bezig houdt, alle nuances die daar bij horen en waar Dostojewski in die specifieke mens (de lezer) een zenuw raakt.

 

Dat gold ook voor wat Etty uit het boek haalde en de dingen die zij het waard vond om in haar eigen dagboek op te nemen. Het geld nu ook voor mij. Ik doe dit nu ook. Maar ik heb daar voor mezelf wel een paar vragen bij.

 

Sla ik aan op teksten uit het boek van Suarès omdat ik op die thema’s beïnvloed ben door Etty? Of heb ik Etty gelezen vanuit een specifiek innerlijk perspectief en lees ik met dat perspectief ook het boek van Suarès, op zoek naar die verbinding?

 

Ik weet dat ik de verbinding tussen beide boeken actief zoek. Is het door het actief zoeken dat er een honger ontstaat naar het willen vinden en dat ik daardoor de verbinding zie, zelf leg; een verbinding uniek voor mij, om mijn honger te stillen?

 

Die honger wordt ook gestild door een gedetailleerde analyse die Suarès geeft over het gezicht van Dostojewski. Hij staat daarbij op het standpunt dat een gezicht niet laat zien hoe iemand is. Juist niet. Het gezicht is een masker dat iemand opzet. De vraag die Suarès zich stelt is wat het gezicht van Dostojewski verbergt. Vervolgens geeft hij daar zijn analyse van.

 

Die analyse over wat het gezicht van Dostojewski laat zien en verbergt gaat te ver voor deze beschouwing. Waar het mij om gaat is dat ook Etty in haar dagboeken veel rept over gezichten, wat ze over de betreffende mens zeggen en wat ze verbergen. Haar expliciete aandacht gaat daarbij uit naar de mond; hoe die gevormd is, hoe die beweegt als iemand spreekt.

 

Ik heb bij mezelf gemerkt dat ik, met het lezen van haar dagboeken, hier nu ook meer op ben gaan letten, op de mond van mensen en hoe die zich vormt. Ook zou ik het boeiend vinden om soms wat langer stil te staan bij wat iemand met diens gezicht probeert te verbergen. Dat is echt wel lastig om te doen, merk ik. Maar, dat is dus sowieso een invloed van het lezen van haar dagboeken op mijzelf.

 

Maar Suarès heeft nog meer te zeggen over het gezicht als masker. Hij maakt hierbij een hele grote, grove generalisatie. Hij stelt dat in het Westen, en dan met name de Angelsaksische landen (hij bedoelt hiermee Engeland en misschien ook de VS) de mensen juist het masker gebruiken om roem en succes uit te stralen. In die landen is het de gewenste gewoonte om je gevoelens juist achter je masker te verbergen, verborgen te houden.

 

Suarès stelt dat de Angelsaksische Westerse mensen daarmee eigenlijk een leegte verbergen. Ze zijn ver weg geraakt van het hebben van gevoelens, laat staan het  uitten daarvan. Hij vergelijkt deze Westerse moderne samenleving met het neerzetten van een zilveren façade voor een verder leeg paleis.

 

Nee, neem dan de Russische mens die door Dostojewski wordt neergezet; een en al gevoel, een vulkaan van emoties. Hartstochten lijken er ongeremd en zelfs uitzinnig. Ze zijn heftig en schokkend. En de mens als mens is allesbehalve dan eenvoudig.

 

Dostojewski begrijpt als geen ander dat eenvoud niet in de werkelijkheid zelf schuilt, maar in de blik waarmee we haar waarnemen. Zelfs het eenvoudigste leven is in wezen een wonder van complexiteit. Eenvoud is niets anders dan een toestand waarin die complexiteit nog niet aan het licht is gekomen. Als mens hebben we die eenvoud nodig om het overzichtelijk en voor ons begrijpelijk te houden.

 

Maar Dostojewski gaat met zijn fileermes aan de slag Hij neemt van zijn personages laag voor laag weg en ontbloot diens ware aard. Hij graaft zijn weg naar binnen, hij graaft zijn weg diep in het bewustzijn, op zoek naar de kern.

 

Dostojewski’s wereld is een wereld waarin gevoelens tot het uiterste worden aangescherpt; het is tegelijk een hel van lijden en een paradijs voor de waanzin. Alles staat er in het teken van intensiteit, alles neigt naar het uiterste, naar het extreme.

 

De gewone maat is er verdwenen. Want de gewone orde is die van het gemiddelde, en het gemiddelde is het domein van de middelmaat. En Dostojewski is alles behalve middelmaat. Ook zijn personages niet. Zijn personages zijn de extremen in de samenleving, die op de randen leven en soms eroverheen.

 

Suarès stelt, gevoed door Dostojewski, dat alles van binnenuit komt, vanuit de emotie. Zelfs de gedachte schept de wereld niet door haar vorm te geven. Het is de emotie die al het leven voortbrengt, doordat zij het voor het hart voelbaar maakt. Zo ziet hij de manier waarop Dostojewski zijn personages tot leven brengt en de essentie van de Russische ziel voelbaar wil maken.

 

De kracht van de stijl waarmee Dostojewski schrijft draagt alles in zich. Maar de diepte van het gevoel dat hij er in legt omvat alles – ook de stijl. De wereld van Dostojewski is geen afspiegeling van de geest; het universum is een schepping van de intuïtie.

 

De scheppende emotie is de enige ware vorm van kennis. Zoals zij zelf geboren wordt, zo brengt zij ook de dingen voort. Alles is haar droom, zoals zij zelf droomt. Het hart is zowel het middel als de plaats waar dit alles ontstaat. Voor het hoofd, het verstand is een bescheiden plek ingeruimd.

 

Daarmee raakt Suarès een kenmerkend verschil tussen het - Angelsaksische – Westen en het Russische. Wat de westerling vanuit de maat begrijpt, ervaart de Rus vanuit het gevoel.

 

De westerling meet, ordent en rekent: hij is getal en geometrie. De Rus vermoedt, voelt aan en roept op: hij is innerlijke beweging.

 

De westerling richt zijn blik op de wereld; hij ziet en vergelijkt. De Rus, Dostojewski, keert zijn blik naar binnen. Wanneer de Rus zijn ogen sluit, doet hij dat niet om méér te zien, maar om het diepe fluisteren van het leven beter te horen, daar in de schaduw waar beelden en dingen hun vorm aannemen.

 

En nu terug naar Etty en haar dagboeken. Die dagboeken staan boordevol met reflecties over hoe het in haar geest en lichaam werkt, wat ze denkt, wat ze voelt, hoe ze tikt. Ze wil op zoek naar haar kern. Vooral ook wil ze de juiste woorden vinden om zich hierin goed uit te drukken. Voor haarzelf ziet ze daar een enorme uitdaging.

 

Vaak geeft ze aan nog niet zover te zijn om voor haar gevoel de juiste woorden te vinden. Tegelijkertijd heeft ze hiermee dagboeken geschreven die zo rijk zijn aan taal, zo rijk zijn aan het zichzelf fileren en dat op te durven schrijven, dat die dagboeken een onuitputtelijke bron zijn om als lezer bij jezelf naar binnen te leren gaan.

 

Geen wonder dat het boek van Suarès over Dostojewski haar zo heeft aangesproken. Dostojewski is een poel van gevoel; de poel waar zij zo graag in wilde leren zwemmen.

 

Hoe anders is dit met de schrijfstijl van Christian Garve. Garve is in zijn stijl duidelijk een kind van de Verlichting. Hij bouwt zijn verhandelingen logisch op. Er is een duidelijke structuur in standpunten en argumenten 1, 2 en 3. Vervolgens werkt hij per argument zijn punten verder uit; 1, 2 en 3. Alles verstandelijk, klinisch en koel, zonder een gram gevoel.

 

Deze stijl was voor de filosoof Schlegel het toonbeeld van een verouderde denk- en schrijfwijze. Hij deed Garve af als ‘verouderd’. Als prominent van de Romantiek pleitte Schlegel voor een terugkeer van het gevoel, de emotie, het natuurlijke. In de Verlichting was men doorgeslagen om alles alleen maar verstandelijk en via logica te benaderen, aldus Schlegel en kornuiten. Het gevoel moest terug. De natuur in de mens moest terug.

 

Ik denk dat Schlegel de werken van Dostojewski fantastisch zou hebben gevonden. Garve daarentegen zou waarschijnlijk niets met Dostojewski hebben gehad. Niet alleen vanwege de stijl, die niet alleen geen logische structuur heeft, maar waar het vooral gebeurd in de dialogen die Dostojewski zijn personages laat voeren.

 

Dostojewski heeft geen verhalende stijl van schrijven. Een verhalende stijl zet de lezer teveel op afstand. Bij Dostojewski gebeurt het allemaal in de dialogen. Garve zou daar waarschijnlijk van gruwen. Meer nog zou Garve gruwen van het handelen van de personages zelf, dat zoveel bloot legt over de deugden, de plichten, de waarden en vooral de normen. Garve was immers toch ook wel een beetje gericht op “hoe heurt het eigenlijk?!”.

 

Misschien is het wel zo samen te vatten: Waar Garve zich verstandelijk richt op de buitenkant van het gedrag (op hoe het overkomt), richt Dostojewski zich op de emotie aan de binnenkant (wat er in de mens gebeurt).

 

Etty Hillesum had zich een zoektocht naar die binnenkant gesteld. Daarom is de visie van Suarès op Dostojewski voor haar interessant. En niet vergeten, Etty had via haar moeder Russische roots. Misschien was Dostojewski ook wel een poging die wortels in haar aan te wakkeren.

 

Zelf zoek ik de balans tussen verstand en gevoel. Nietzsche zou zeggen de balans tussen het apollinische in de mens en het dionysische. Nietzsche zat, net als ik, net als Garve, meer aan de apollinische kant, verstandelijk, logica, een hoofd-mens. Etty wil, net als Dostojewski, meer inzicht haar dionysische kant, wat voelt ze, diep in haar kern, haar emoties, haar intuïties.

 

Ik lees nu Garve en Etty parallel op. Een intense en mooie reis, waar het toch ook af en toe lastig is de balans te houden. Aan de andere kant, het is ook mooi om balans te leren houden.

 

Je balans hou je als je steeds de dreigende doorslaande kant een klein beetje moet corrigeren. Een balans is een precair evenwicht waar je non-stop aandacht voor moet hebben, goed in jezelf moet leren luisteren en steeds een klein beetje bij moet sturen. Of is dit nu weer te apollinisch gedacht?

Recente artikelen

door Christian 12 juli 2026
Over het schrijven van brieven
door Christian 8 juli 2026
Vertaler of filosoof
Het voeden van verlangen
door Rob 3 juli 2026
Over het voeden van verlangen
door Christian 3 juli 2026
Waarom 'Over de mode' nog steeds actueel is!
Sepia geometrische illustratie van een peinzende zittende figuur naast de tekst
door Christian 27 juni 2026
Parabel van de houtsnijder
door Christian 26 juni 2026
Anna Catharina - mijn moeder
Mijn populariteit als 'Popular'-filosoof
door Christian 21 juni 2026
Mijn populariteit als 'Popular'-filosoof
Een cruciaal moment in mijn loopbaan.
door Christian 19 juni 2026
Ontmoeting koning Frederik de Grote
afbeelding bij de fabel de dansbeer, bron 'Fabeln und erzaehlungen', Gellert, 1989.
door Christian 16 juni 2026
Een fabel met een twist
Ovaal zwart-wit portret van een formeel geklede man met krullend haar, die iets naar links kijkt.
door Christian 13 juni 2026
Hoe Kant en ik elkaar beïnvloed hebben.