Over balans en middelmatigheid
Leeswaarschuwing: het lezen van dit artikel kan u verward achterlaten!
Ik ben geprezen om mijn stabiele karakter. Het is mij ook verweten.
Er zijn mensen geweest die van mening waren dat ik zeer gestructureerde teksten heb geschreven, makkelijk leesbaar.
Er zijn mensen geweest die mijn boeken gort en gort droog vonden,
niet om door te komen.
Ik heb mij gepresenteerd als filosoof voor 'een evenwichtig leven in woelige tijden'.
Anderen hebben mij gepresenteerd als een middelmatig denker.
Kortom hoogste tijd voor een nader onderzoek over de begrippen 'balans' en 'middelmatigheid'.
Daar gaan we
Balans, het juiste midden. Aristoteles gaf aan dat voortreffelijkheid (aretē) vereist dat je in je deugden
het juiste midden
weet te behouden tussen te weinig en te veel.
Alles met ‘te’ er voor is niet goed:
bij de oude Grieken niet,
bij de Romeinse stoïcijnen niet,
in het Christendom niet,
in onze moderne burgerlijke samenleving niet.
Balans is het juiste midden, het niet teveel van het ene en niet te weinig van het andere. Daarom ook is balans de maat van het midden; de middelmaat. Iedereen die naar balans streeft, komt uit bij die middelmaat, wordt middelmaat en is uiteindelijk middelmaat.
Er is een pleidooi nodig tegen het in balans zijn. Geen middelmaat willen zijn impliceert niet-in-balans te willen zijn. Uit balans te willen raken. Maar hoe doe je dat als je zo’n lekker stabiel karakter hebt opgebouwd als ik?
De levenskunstfilosofen willen de mens laten streven naar een evenwichtig leven. In evenwicht leven. Gelijkvloers leven. Platvloers leven. Die boeken moeten dus de kast in, achter slot en grendel (en de sleutel weggooien), naar de kringloop (met risico dat iemand anders ze wil lezen) of op de brandstapel (de veiligste oplossing om het nageslacht voor deze zondige boeken te behoeden). Ik besef dat dat ook voor de meeste van mijn boeken geldt.
Welke evenwichtige mensen hebben de wereld radicaal veranderd, de kunst radicaal veranderd? Wat zou er over zijn van de namen van Dostojewski, Nietzsche, Picasso, Rilke, Rodin of van Gogh, als zij het toonbeeld waren geweest van balans, van evenwichtig leven?
Wie heeft bedacht dat evenwichtig leven strevenswaardig is? Zijn het niet 'Staat en Kerk' door de eeuwen heen, die met de heilsbelofte van het evenwichtige leven, de boel, de meute, het plebs in het gareel hebben willen houden?
Aan de andere kant; Hoe stel je je een samenleving voor met alleen types als Picasso en Rilke. Daar is geen orde in te houden. Dat is complete chaos. Daar regeert de anarchie, de wil tot wetteloosheid.
CHAOS & ANARCHIE
- Waarom wilden de stoïcijnen dat het verstand de passies onder controle hield?
- Waarom wilde de Verlichting het verstand de baas laten spelen over het gevoel?
- Waarom is er geen nieuwe opleving van de Romantiek; die beweging van vrije geesten rond 1800 uit Jena en omgeving, die de terreur van het verstandsdenken een tegenmacht wilden bieden?
Waarom stel ik alleen maar vragen? Waar blijven de antwoorden? Zijn er wel zinnige antwoorden te geven? Of zijn het eigenlijk geen zinnige vragen? Wanneer is een vraag zinnig of onzinnig? Is een vraag alleen zinnig als er een maatschappelijk verantwoord antwoord op gegeven kan worden?
Gecontroleerde mateloosheid - een contradictie in terminus?
Kan ik gecontroleerd mateloos zijn? Heel even. Gewoon om te voelen hoe het is. En als ik dan weet hoe het voelt om mateloos te zijn, dan besluit ik om snel weer terug naar die veilige middenpositie te gaan. De middenpositie, de spelverdeler, de positie met overzicht naar alle kanten. De positie waar je flexibel kan zijn. Waar bij iedere kleine zijstap de amplitude niet te ver uitslaat. Waar je geen schade mee kan doen? Aan wie? Voor wie?
En als ik gecontroleerd mateloos wil zijn, en het lukt niet om via de rede weer terug op die middenpositie uit te komen, en mijn stap naar links of naar rechts is te groot om de amplitude op te vangen, en ik kan niet meer gelijkvloers blijven, maar stort in een kelder, die donker is en niemand vangt mij op, word ik dan automatisch een psychiatrisch geval? Moet ik dan aan de pillen en de therapie? Krijg ik dan een vinkje op lijsten die ik niet ken en die later tegen me gebruikt worden?
Waar zit mijn angst om het midden los te laten? Wil ik het midden wel loslaten en die stap naar de uitersten maken? Kan ik het wel? Zou ik het moeten kunnen? Waarom lukt het dan niet? Is dat het gevolg van al die jaren noeste vorming door het onderwijs en het systeem van onze maatschappelijke orde? Of is het gewoon niet weten hoe het moet, omdat het nooit geleerd is, of voorgedaan? En ik bedoel natuurlijk zonder drank en zonder drugs en zonder pillen. Gewoon uit m’n eigenste zelf.
Iemand zij ooit tegen mij: ”Ik heb heel lang nagedacht of ik wel of niet die baan wil. Ik heb besloten mijn gevoel te volgen. Ik doe het niet”. Ik heb dat altijd heel gek gevonden; iemand die verstandelijk zegt diens gevoel te volgen.
Etty Hillesum vraagt zich in haar dagboek af of je maat kan houden, om dan weer mateloos te kunnen zijn, zonder daardoor vernietigd te worden.” (Etty Verzameld Werk, p. 444).
Is dat een logische koppeling; mateloos zijn en daardoor vernietigd worden? Is mateloosheid gelijk aan zelfvernietiging? Zit het mateloos zijn in ‘het in flow zijn’, in trance zijn? Zoals Rilke zijn ‘Elegieën van Duino’ schreef? Zoals Nietzsche zijn aforismen schreef.
We weten hoe het met Nietzsche is afgelopen. Ook Rilke heeft vrouw, kind, huis en haard verlaten om door Europa te zwerven, op zoek naar plekken waar het werk uit hem kon stromen. Of moet je zijn zoals Rodin, wiens levensmotto was 'Toujours travailler‘ (Altijd werken) en die zijn atelier nooit uitkwam?
Compromisloos noodlot
Ik kan met niet voorstellen dat je alleen tot dergelijke resultaten komt als je mateloos bent en compromisloos. Ja, die horen bij elkaar.
Er moeten genoeg voorbeelden zijn van grootste resultaten van brave huisvaders, die in de avond op tijd thuis waren voor het eten en de kinderen naar bed brachten. Alleen, die resultaten vallen niet op. Die passen in het plaatje van de gewenste samenleving.
Het zijn de bohemiens die tot de verbeelding spreken, levend aan de randen van de samenleving. Het gaat daarbij niet eens om de resultaten die zijn boeken, het gaat om de passie en de pijn die ze hebben om tot die resultaten te komen, de compromisloze aan zelfdestructie grenzende houding en de verhalen die dat als mythe in stand houden.
Daar zit een verlangen om uit het gareel te willen stappen, uit de dwangbuis van de dagelijksheid. Maar alleen als verlangen, niet om daar echt in die pijn en in dat noodlot te willen wonen. De bohemien; het is een geromantiseerd beeld.
En nu naar bed. Mijn moeder roept dat ik niet te lang moet blijven werken: "Het is de hoogste tijd dat je naar bed gaat, anders kan je morgen niet fris en fruitig op." Dat bedoel ik dus.
Ssssst - Nog even stiekem een na-gedachte (moeder weet niet dat ik even uit bed ben gegaan)
Tot nu lijkt het of mateloos een kwestie van alles of niets is, voor de mens als geheel, in alles wat zhij doet en is. De vraag is of je ook mateloos kan zijn in één specifiek facet van je leven, terwijl je in balans bent (of in ieder geval niet mateloos) op andere facetten.
Kan ik mateloos zijn, bijvoorbeeld alleen in biljarten. Dat ik mij daar dan helemaal in verlies. Ook als ik win. Juist als ik win. En als het spelletje voorbij is, is ook de mateloosheid voorbij? Valt dat dan onder mateloosheid of is dat iets anders. Fanatiek bijvoorbeeld, of competitief?
Wat schiet ik hier nu mee op? En wat schiet jij als lezer hier mee op?




