De panter
Ik heb nog veel boeken in te halen sinds mijn overlijden. Ik ben me door de tijd heen aan het lezen. Tjonge jonge, wat zijn er sinds mijn dood een mooie werken verschenen! Ik richt me in eerste instantie op schrijvers uit het Duitse taalgebied. Die taal ligt mij het makkelijkst om 'bij te lezen'.
Inmiddels weet ik ook dat er na de periode van de Schotse Verlichting, waar ik een enorme fan van was, in Schotland en omgeving geen nieuwe grote dingen gebeurd zijn. Ik ben getipt om een aantal schrijvers uit Rusland te gaan lezen, uit de 19e eeuw. Een groot deel van hun boeken zijn tot het mooiste van de literatuurgeschiedenis gaan behoren. Ik begrijp dat Rusland nu weer Rusland is, maar ook een hele lange tijd de naam Sovjet-Unie heeft gehad. Ik probeer op een later moment te gaan begrijpen hoe dat zit.
Ik ben nu bezig met het lezen van Rilke, Rainer Maria Rilke, een fameuze Duitse dichter. Dit jaar is het 100 jaar gelden dat hij gestorven is. Wat gaat de tijd toch snel. Rilke is best lastig te lezen. Het lijkt wel alsof hij niet met zijn hoofd schrijft, maar met krachten die uit zijn hart komen. Ik moet daar erg aan wennen. Ik ben gewend om gestructureerd te schrijven, met een logische opbouw en zeker niet met het laten doorklinken van mijn ogen emoties. Rilke is 100% emotie, voor mij dan.
Rilke maakt werelden die ik niet ken, en waar ik ook niet goed bij kan komen, nog niet. Hij is mysterieus en misschien daarom wel zo beroemd geworden. Hij raakt met zijn teksten aan iets wat je wel voelt, maar moeilijk - of zelfs helemaal niet - zelf onder woorden kan brengen. Zonder zweverig te willen worden, maar het voelt als een soort ziel uit de kosmos, voorbij de grenzen van de taal en voorbij de logica van het verstand. Je kan het alleen voelen en niet onder woorden brengen.
Een mooi - en beroemd - voorbeeld van zijn werk is het gedicht 'De panter'. Hij schreef dit gedicht in 1902 in Parijs. Rilke had zijn vrouw en kind in hun huis in Worpswede (bij Bremen in de buurt) achtergelaten. Hij had ruimte nodig en dacht die ruimte te vinden in het drukke en overvolle Parijs, 'the place to be' voor iedereen die zich kunstenaar voelde en daar diens doorbraak tot bekendheid wilde krijgen.
Komend van de rust van het platteland van Dorpswede, voelde Rilke zich door Parijs overrompeld. De stad bruiste van energie, een gigantische krioelende mensenmassa. Maar hij was met name overrompeld door de grote tegenstelling tussen rijkdom, luxe en 'het kan niet op' versus de enorme armoede en erbarmelijke omstandigheden waarin een groot deel van de Parijzenaars leefden.
Het viel hem op dat hoe groter de mensenmassa was, des te meer kroop ieder individu zich terug in diens eigen schulp. Ik denk dat dit ook terugkomt in het gedicht 'De panter'. Maar dat is niet de enige laag in het gedicht.
Zoals ik het leven en werk van Rilke tot nu toe tot me genomen heb, was Rilke met name ook zelf op zoek om de panter in hem ruimte te kunnen geven, los te kunnen laten. Rilke voelde zich ook in zichzelf gevangen. Dat was in Dorpswede met vrouw en kind, dat hij ontvlucht was. Dat was ook in Parijs, waar ieder in zijn kooi gehouden werd, door anderen, maar vooral door ieder zichzelf.
En dan nu het gedicht. Ik neem hier de Nederlandse vertaling (van Gerard Kessels, 2023). Ik vind het een mooie vertaling. Ik wil nog even benadrukken dat de Duitse taal rijker is aan woorden dan de Nederlandse. In het Duits kan je met een enkel woord iets uitdrukken, waar in het Nederlands soms een hele zin voor nodig is.
Voor een vertaler is het altijd moeilijk om goede vertaal-keuzes te maken en ook aan te sluiten bij de rijm en dictie van het gedicht. Ik vind dat Gerard Kessels hier goed in geslaagd is. En...voor de lezers die ook de originele versie in het Duits willen lezen? Die versie heb ik aan het eind van dit artikel opgenomen.
De Panter
In Jardin des Plantes, Parijs
Zijn blik is door het langsgaan van de spijlen
zo moe geworden dat hij niets meer ziet.
Voor hem - zo lijkt het - zijn er duizend spijlen,
een wereld achter spijlen is er niet.
De zachte tred, de soepelste pas
rond almaar weer de allerkleinste ronde,
is als een dans van kracht rondom een as,
de sterke wil in apathie gebonden.
En enkel nu en dan trekt voor de ogen
het waas geluidloos op: een beeld dringt door,
wordt in het stilgespannen lijf gezogen -
gaat in het hart voorgoed teloor.
Reflectie
Ik probeer te voelen wat het gedicht met me doet. Allereerst merk ik dat ik het gedicht twee keer heb gelezen. De eerste keer alleen met mijn ogen om het ritme te ontdekken. De tweede keer heb ik het gedicht ook voor mijzelf zachtjes voorgelezen, zodat ik het ook hoorde. Ik merkte een heel groot verschil in de manier waarop het gedicht bij me binnenkwam.
Bij het alleen lezen is het meer een soort van scannen van de taal. Bij het aan mezelf voorlezen kwam er een hele reeks zintuiglijke indrukken op gang; ik keek naar de woorden, wist al met welk ritme die op elkaar volgden, vervolgens sprak ik de woorden in het ritme uit en ten derde hoorde ik de woorden tot regels vormen en zag ze in mijn hoofd tot beelden komen.
Inzicht: een gedicht met je niet alleen lezen. Je moet het ritme leren zien en het gedicht via je eigen stem in je op nemen.
Wat waren dan die beelden? Oeps... voor je verder leest over mijn beelden. Sta even stil bij de beelden die het gedicht in jou opriepen.
En nu mijn beelden: De panter natuurlijk. De kooi natuurlijk. Het kringetjes lopen op de kleinst mogelijke oppervlakte. Eentonigheid, iedere dag hetzelfde. Het lijf aangespannen hebben, constant op scherp staan. Niets meer tot je door kunnen laten dringen. Murw zijn. Gevangen zijn. Niet meer tot actie kunnen komen.
Passen mijn beelden op die van jou? Waar zijn de beelden anders?
Naast de beelden kreeg ik ook een ongemakkelijk gevoel van het gedicht. Beklemmend. een gevangen zijn. Kreeg jij die ook?
Ik ga nu niet speculeren wat Rilke met het gedicht bedoeld zou hebben. Dat soort uitleg vind ik academisch gewauwel.
Ik vraag me wel zelf af of ik die panter ben. Voel ik mij gevangen? Komt de potentie van mijn creativiteit en mijn kracht wel voldoende uit de verf. Zit ik ook in een kooi? Heeft iemand mij er dan ingestopt of heb ik dat helemaal zelf gedaan? Komt dat dan door de sociale conventies in onze samenleving die er met de opvoeding en het onderwijs ingestampt zijn? Waarom kan ik die kooi niet uit? Wil ik die kooi wel uit?
Ik vraag me af wat ik nu aan het doen ben met al die vragen. Die komen voort uit de eerste zin 'dat ik me afvraag of ik die panter ben'. Die zin heb ik impliciet al met Ja beantwoord, en vervolgens ging ik mij al die andere vragen stellen.
En als ik niet uitkijk, praat ik mezelf in de put en in de welkome armen van een psycholoog, therapeut of coach. Dan raak ik nog verder van huis en vooral verder van mezelf af en nog meer in die armen. De psychische hulpverlening beleeft in Nederland hoogtijdagen. Ongelooflijk hoeveel mensen zich therapeut of coach mogen noemen. En ongelooflijk hoeveel mensen zich laten aanpraten die hulp nodig te hebben. Dat was in mijn tijd wel anders. Toen bestond het vakgebied psychologie nog niet eens. Haha, denk daar maar eens over na.
Maar stel nu dat ik als eerst antwoord geef dat ik die panter helemaal niet ben. Ben ik dan de kooi? Ben ik de kooi voor iemand anders, die ik daarin gevangen houdt? Wie zit er dan in die kooi?
En als ik niet de panter ben en niet de kooi, ben ik dan de wereld achter de spijlen? En dan....?
Ik denk dat de kracht van het gedicht is dat je als lezer je juist associeert met de panter, de hoofdpersoon in het gedicht. Vervolgens verleidt het gedicht je om voor je zelf, in jezelf een aantal vragen te stellen. De kwestie is of je ook zelf tot de antwoorden kan komen: 'Een systeem kan zichzelf immers niet beoordelen.'
Maar die stelling is voor een andere keer.
Voor de liefhebber, hier de originele versie in het Duits
Der Panther
Im Jardin des Plantes, Paris
Sein Blick ist vom Vorübergehen der Stäbe
So müd geworden, dass er nichts mehr hält.
Ihm ist, als ob es tausend Stäbe gäbe
Und hinter tausend Stäben keine Welt.
Der weiche Gang geschmeidig starker Schritte,
der sich im allerkleinsten Kreise dreht,
ist wie ein Tanz von Kraft um eine Mitte,
in der betäubt ein großer Wille steht.
Nur manchmal schiebt der Vorhang der Pupille
Sich lautlos auf -. Dann geht ein Bild hinein,
geht durch der Glieder angespannte Stille –
und hört im Herzen auf zu sein.




