De geometrie van de dag
Ik heb mezelf aangeleerd om voor de dag een vast ritme, een vast patroon, te hebben, iedere dag, 7 dagen per week, 365 dagen per jaar. Ik voelde me daar prettig bij. Dit had ook een keerzijde. Omdat het een vast patroon is, merkte ik ontregeld te raken als een dag een keer anders verliep. Ik voelde me dan ‘van de leg’ en moest in mezelf echt moeite doen om me de rest van de dag, of zelfs de volgende dag, niet ongemakkelijk te blijven voelen.
Hoe zag dat ideale patroon er voor mij uit? Het bestond uit drie onderdelen. Het alles onderverdelen in brokken van drie is ook een ingesleten patroon bij mij. Ik heb dat overgenomen van de regels van de retorica, die nog uit de tijd stammen van de oude Grieken en Romeinen.
Voor mij is het een vast stramien geworden om naar de dingen te kijken. Het is een soort heilig getal geworden, de drie. Soms analyseer ik net zolang door tot ik iets in eenheden van drie een plek kan geven. Het is een houvast geworden waar ik soms ook te krampachtig aan vast wil houden. Ook dat weet ik.
Maar even terug naar mijn dagritme in drie onderdelen. Samen zorgden die drie onderdelen ervoor dat ik 1) me in balans kon blijven voelen en 2) als mens kon blijven groeien in mijn ontwikkeling.
Ik heb de drie onderdelen in een schema gezet. Ik heb de Duitse begrippen aangehouden. De Duitse taal kan soms in één begrip iets uitdrukken waar in het Nederlands een hele zin voor nodig is. Ik licht de begrippen natuurlijk toe.
1. In-den-Tag-hinein-leben
Deze Duitse uitdrukking heeft vandaag-de-dag de betekenis dat je zonder plannen of zorgen voor de toekomst leeft. Dat is me iets te gemakkelijk. Ik bedoelde hier destijds iets anders mee.
Het ging mij om het moment als je net wakker bent, als je gestopt bent met het dralen op de drempel van je dromen, als je lichaam en je geest zich er klaar voor voelen om aan de nieuwe dag te beginnen.
Op het moment dat je dan uit bed stapt, stap dan nog niet meteen de drukte van de dag binnen. Neem eerst een moment om je op de dag voor te bereiden. Alleen deze dag. Niet denken aan gisteren, niet aan morgen. Deze dag.
Ik deed dat door eerst iets te drinken en een pijp op te steken. Daarna naar het toilet. Als dat deel van het ochtendritueel achter de rug was pakte ik een stukje tijd om mijn gedachten de vrije loop te laten over wat er voor die dag op het programma stond: met wie ik rond welke tijd een afspraak had, wat ik daar nog voor moest doen om dat voor te bereiden, wat ik die dag wilde gaan lezen, wat ik wilde gaan uitwerken, welke sociale bezoekjes op de rol stonden, dat soort dingen.
Ik dacht daar in neutrale termen over, als kleine feitjes, als dingen die gewoon gaan gebeuren. Ik probeerde te voelen waar ik tegen opzag, of juist naar uitkeek. Ik probeerde in mezelf de grond van die gevoelens te achterhalen. Gewoon om het voelen te weten. Daarmee kon ik die gevoelens ook relativeren en neutraliseren zodat ik me niet op voorhand allerlei zorgen zou hoeven te maken en daar de zenuwen over zou hebben.
Ik maakte me verder geen te grote verwachtingen wat de dag me brengen zou. Ik heb voor mezelf geleerd dat hoe groter mijn verwachtingen voor iets waren, des te groter de kans dat die verwachtingen niet ingelost werden. Het loopt toch altijd anders dan je je hebt voorgenomen. Aan dat anders lopen van de dingen moet je je niet te veel in de war laten maken, laat staan uit het lood laten slaan.
Ik begrijp dat het tegenwoordig mode is om de dag te starten met meditatie of met yoga. Daar moet je dan ook weer eerst cursussen voor gevolgd hebben. Blijkbaar kan de hedendaagse mens niets meer uit zichzelf.
Voor mij was het gewoon m’n ogen sluiten, aandachtig op mijn ademhaling letten en met mildheid en ontspannen verwachtingen de dag doornemen. 10 à 15 minuten alles een plek in mezelf geven.
Daarna waren mijn lichaam en geest klaar om aan de dag te beginnen. Ik kon de dag zo onbevooroordeeld en zo onbevangen mogelijk tegemoet treden, instappen. En dan pas mijn eerste kopje koffie en een broodje.
2. Einordnen
Als de dag dan ook echt begon, dan volgden de activiteiten elkaar naadloos op, ze vergleden in elkaar. En ik vergleed mee, van het ene in het andere, als een stroom. Met die activiteiten kwamen er ook allerhande indrukken bij me binnen. Gesprekken waar van alles in naar voren kwam, of juist niet. Nieuwe dingen die ik las of hoorde. Nieuwe kennis, andere meningen, andere argumenten, getrokken conclusies.
Allemaal dingen waar ik in mijn hoofd weer een plek aan moest geven. Dingen waar ik iets geleerd had, dingen die ik door het gesprek of door de opgedane ervaring beter leerde begrijpen, nieuwe inzichten, inzichten waar ik zelf iets van mijn eerdere overtuiging bij moest stellen. Kortom, heel veel indrukken.
Ik heb gemerkt dat ik tussen de afspraken door, tussen de activiteiten door, ruimte en tijd moest vinden om al die nieuwe indrukken en inzichten nog een keer goed tegen het licht te houden en ze een goede gewortelde plek te geven.
Ik noemde dat het ‘Einordnen’; dat wat je beleefd hebt aandachtig beschouwen, een goede plek geven waar het betekenis krijgt, stil staan bij wat ik geleerd heb en in mezelf nog een keer beredeneren zodat ik vast kon stellen dat ik het ook begrepen had.
Die laatste twee zijn verschillende dingen. Ik kan constateren dat ik een stukje nieuwe kennis heb, een feitje. Maar dat alleen als feitje onthouden is niet genoeg. Feiten hebben context nodig. Je kan pas tot inzicht komen als je de feiten in een bredere context kan plaatsen; pas daar ontstaat de ruimte voor het begrijpen.
Ik heb geleerd dat het vaak te veel was voor een dag om al die nieuwe inzichten op te sparen tot het eind van de dag. Laat staan over meerdere dagen heen. Ik moest op de dag af en toe ruimte nemen om de nieuwe inzichten in mezelf te verwerken, anders was ik ze kwijt.
Inmiddels heb ik begrepen dat uit de wetenschap naar voren is gekomen dat de mens een korte termijn geheugen en een lange termijn geheugen heeft. Het korte termijn geheugen is ook echt korte termijn; daar kan niet teveel en te lang in. Als je het niet op tijd ‘verwerkt’, wordt het verdrongen door weer nieuwe indrukken. Ik had daar geen wetenschap voor nodig om te beseffen. Wel fijn dat de wetenschap heeft aangetoond dat het niet alleen aan mij lag.
3. Ausklingen
Sommige dagen zijn drukker dan andere. Als ik een drukke dag achter de rug had, hoopte ik ook voldoende momenten genomen te hebben om ‘Ein-zu-Ordnen’, om de nieuwe inzichten een plek te geven.
Ik heb mezelf aangeleerd om aan het einde van de dag, of die nu druk was of niet, een moment te nemen om de hele dag weer een keer langs me heen te glijden en uit te laten trillen, in het Duits ‘Ausklingen’. Dan kwam er ook vanzelf wel langs waar ik, met het inzicht van de avond, toch onvoldoende tijd genomen gehad voor het ‘eindordnen’. Dat gaf me dan een tweede kans.
Bij mij was dat uit laten trillen van de dag nodig om mijn lichaam en geest weer tot rust te laten komen. Het ging om het nadenken wat er die dag allemaal gebeurd was. Welke dingen anders waren gelopen dan ik toch – stiekem – verwacht had. Was dat dan fijn geweest of juist niet? Had het mijn stemming voor de rest van de dag beïnvloed?
Ik probeerde om in mezelf vast te stellen of er nog vervelende gevoelens waren blijven hangen, dingen waar ik nog ongenoegen bij voelde, dingen waar ik me nog zenuwachtig over voelde, dingen waar ik nog niet helemaal ‘klaar’ mee was. Dat gold ook voor positieve gevoelens, maar daar was ik dan weer minder kritisch op.
Kortom, een moment om goed naar binnen te koekeloeren, de dag los te laten en tot rust komen. Gedane zaken nemen immers geen keer; wat gebeurd is, is gebeurd en andere tegeltjeswijsheden, die tegeltjeswijsheiden zijn omdat ze waar zijn.
Soms maakte ik wel eens een lijstje met de drie (daar is ie weer) leerpunten van de dag, of de dingen waar ik positief over was. Tips en Tops zouden die nu heten. Af en toe reflecteerde ik op de dag door in een dagboek te schrijven. Schrijven heeft mij altijd geholpen om mijn gedachten te ordenen en uit mijn hoofd, hart en buik te krijgen.
Het was ook een moment om te berusten in alles wat ik die dag niet tot een goed einde had gebracht, wetende dat er weer een dag komt. Ik moest met open handen in de nacht kunnen liggen, handen, waaruit ik de dag vrijwillig had laten wegglijden. Handen die niets meer vast wilden houden voor de dag van morgen. Dan pas kon ik uitrusten en de nieuwe dag ontvangen.
Wat ik sowieso iedere dag deed, was een korte feitelijke samenvatting van de dag in maximaal 5 of 6 regels. Dat was voor mij de manier om echt af te ronden en dan naar bed te gaan. Ik schreef om los te kunnen laten. Ik kon dan zonder gepieker de nacht in, slapen deed ik altijd goed, en de volgende dag met een fris gestel weer op om bij 1. te beginnen.
Al met al nam dat ‘Ausklingen’ iedere dag wel een deel van de tijd om dat als ritueel bewust te doen. Ik besef dat dat voor mij misschien makkelijker in te bouwen was dan voor veel andere mensen. Ik was immers niet getrouwd, woonde bij mijn moeder, die altijd vroeg naar bed ging. Alleen in de huis- of werkkamer had ik alle mogelijkheden om er goed de tijd voor te nemen.
Ik kan het iedereen aanraden: zorg voor een fris begin van de dag, neem gedurende de dag de tijd om alle nieuwe indrukken een plek te geven en laat in de avond alle ontvangen en opgebouwde energie uittrillen. En morgen weer opnieuw, en opnieuw en opnieuw. Maar er een ritme van.
Oh ja, en hou die moderne smartphone weg uit je slaapkamer. Rust is rust.




