Share this article

Over het schrijven van brieven

Tegenwoordig worden er bijna geen brieven meer aan elkaar geschreven. Geen echte brieven, met meerdere kantjes, op papier, in een envelop, met een postzegel erop. Sinds de opmars van de computertechnologie, het email verkeer, internet en de smartphones is communicatie met de hele wereld mogelijk in slechts een paar seconden. En je hebt ook de mogelijkheid meteen reactie terug te sturen.

 

De digitale communicatie tussen mensen bestaat uit berichtjes naar elkaar sturen; soms wat langer, soms wat korter, soms heel kort en vaak voorzien van een emoticon. Dat laatste is om de ontvanger van het berichtje mee te geven op welke manier een berichtje bedoeld is, want met die hele korte berichtjes kan men elkaar snel misverstaan.  

 

In vergelijk met de papieren briefwisseling is de digitale communicatie natuurlijk vele, vele malen sneller. Hoewel ik niet onvermeld wil laten dat in mijn tijd de postbode tot wel drie keer per dag post kwam brengen én halen. Kom daar maar eens om bij Postnl vandaag de dag.

 

Ik ben van mening dat de digitale communicatie en het rappe tempo de communicatie wel oppervlakkiger maken. De taal is eenvoudiger. Er is minder ruimte de juiste nuance te vinden, de juiste woorden. Men neemt minder tijd om er echt even voor te gaan zitten, goed na te denken over wat men aan een ander wilt ‘zeggen’, daar dan de woorden voor te vinden en er een mooie tekst van te maken. Het schrijven van een goede brief is een vaardigheid, misschien wel een kunst.

 

De opkomst van de briefcultuur

In mijn tijd kon je met recht spreken van een briefcultuur. Het schrijven van brieven was ontzettend populair binnen de burgerij van Pruissen en de andere Duitstalige landen. Ik weet niet hoe het in Frankrijk, Engeland en Rusland was, maar in Pruissen was het helemaal hip en hot.

 

De briefcultuur had zelfs een eigen literair genre: de briefroman. Hiervan was het boek ‘Het lijden van de jonge Werther’ (1774) van Goethe het meest meeslepende voorbeeld. Mozes kriebel, wat was dat boek populair  en omstreden (en misschien daarom juist nog populairder).


Veel jonge mensen gingen zich kleden zoals Werther. Ook ontstond er een heftige discussie over de mogelijke invloed van het boek op zelfmoord onder jonge mannen en vrouwen. Maar ik loop iets in de tijd vooruit, toen de briefcultuur al populair was. Die populariteit moest eerst nog kiemen en groeien.

 

Mijn mentor aan de universiteit van Leipzig en goede vriend Christian Fürchtegott Gellert heeft een hele belangrijke impuls gegeven aan de opkomst van de briefcultuur. Vooral zijn werk uit 1751 ‘Briefe, nebst einer praktischen Abhandlung von dem guten Geschmacke in Briefen’ (vertaald: ‘Brieven, vergezeld van een praktische verhandeling over goede smaak in de briefkunst’) had grote invloed op de manier waarop burgers leerden corresponderen.

 

Gellerts ideeën pasten binnen de Duitse Verlichting (Aufklärung) en pasten binnen de hervormingen die Frederik de Grote in de samenleving wilde doorvoeren. Zijn brievenhandleiding werd op scholen gebruikt en kende vele herdrukken. Ook ik heb het boek op school moeten bestuderen.

 

Gellerts ideeën droegen ertoe bij dat een brief schrijven een belangrijk middel werd voor 1) persoonlijke zelfvorming (Bildung), 2) het onderhouden van vriendschappen en 3) deelname aan de burgerlijke publieke sfeer.

 

Hij brak radicaal met de stijve, retorische brieftraditie uit de barok. Aldus Gellert moest een brief moest geen retorisch kunststukje meer zijn, maar een natuurlijke uitdrukking van karakter, verstand en gevoel.

 

Gellert vertrok in zijn aanpak met de eenvoudige vaststelling dat mensen afwezig zijn van elkaar. Omdat zij elkaar niet voortdurend kunnen spreken, vervangen brieven het gesprek. Een goede brief moet daarom niet lijken op een redevoering, maar op een gesprek tussen twee mensen.

 

Gellert verzette zich tegen de traditionele opvatting dat een brief een klein literair kunstwerk zou moeten zijn. Zijn insteek was dat de schrijver van een brief zich steeds moet afvragen:

 

"Hoe zou ik dit zeggen als mijn vriend tegenover mij zat?"

 

Deze vergelijking tussen brief en gesprek vormt het uitgangspunt van het hele werk van Gellert.

 

Voorbeeld oubollig taalgebruik

Dat klinkt nu heel vanzelfsprekend. Maar deze aanpak voor het schrijven van een brief was anno 1751 absoluut radicaal. Om dat te illustreren zal ik een kort voorbeeld geven van een ‘nette’ brief in de retorische traditie van de barok. Hou je vast, het is enorm oubollig:

 

Hoogedelgeboren, Hooggeachte en Doorluchtige Heer,

 

Nauwelijks heeft de zon haar gouden stralen weder over onze streken verspreid, of mijn gedachten werden opnieuw tot Uw Doorluchtige Excellentie gevoerd, wier voortreffelijkheden de roem der oudheid evenaren en de deugden der Romeinse helden in luister overtreffen.

 

Ware Cicero nog onder de levenden, hij zou vergeefs naar woorden zoeken om de verhevenheid van Uw geest te prijzen. Apollo heeft zijn rijkste gaven over U uitgestort, terwijl de Muzen met welgevallen Uw verdiensten aanschouwen.

 

Met de diepste ootmoed veroorloof ik mij U deze geringe regelen aan te bieden, niet omdat zij Uw aandacht waardig zouden zijn, maar als een blijk van mijn onveranderlijke eerbied en de onuitsprekelijke verplichting waarin ik mij jegens Uw Excellentie bevind.

 

Uw ootmoedigste, gehoorzaamste en nederigste dienaar,”

 

Voor de nieuwe klasse van de burgerij was dit natuurlijk een compleet belachelijke manier om met elkaar schrijven. Het was rond 1750 hoog tijd om daar de bezem door te halen.

 

Het voert te ver om de aanpak, tips en voorbeelden uit het boek van Gellert allemaal door te nemen. Het was een omvangrijk boek. Het was zowel een leerboek voor het onderwijs als een handboek voor iedereen die op een frisse, nieuwe manier wilde leren schrijven; voor dagelijkse brieven aan een goede vriend of vriendin, aan familieleden, maar ook de meer formeel zakelijke type brieven kwamen aan bod.

 

Als Gellert nu geleefd zou hebben, dan had hij er vast een zelfhulpboek in Amerikaanse stijl van gemaakt. Met veel seminars, online trainingen en wat daar tegenwoordig allemaal bij verzonnen wordt. Hij zou een soort titel als ‘de zeven elementen om betere brieven te schrijven’ hebben gekozen. Het getal zeven heeft voor zelfhulpboeken iets magisch. Blijkbaar?! Ik weet niet waarom.

 

Om jou als lezer een beter beeld te geven over de ideeën van Gellert volgen hier de zeven elementen om betere brieven te schrijven, in lijn met zijn originele boek uit 1751.

 

De zeven elementen voor een goede brief

 

1.     Natuurlijkheid

De brief moet klinken alsof de schrijver een gesprek voert. Gekunstelde retoriek en overdreven tekstuele versieringen moet je vermijden. Het schrijven moet spontaan en geloofwaardig overkomen. Vanuit het oogpunt van de lezer moet het geschreven zijn zoals het in een gesprek tegen je gezegd kan zijn.

 

2.     Oprechtheid

De brief moet een waarheidsgetrouwe uitdrukking zijn van je persoonlijkheid; van wie je bent en wat je voelt. De lezer moet je herkennen in de manier waarop je het geschreven hebt. Eerlijkheid en authenticiteit staan centraal.

 

3.     Eenvoudige stijl

Gebruik heldere, begrijpelijke taal. Vermijd ‘dure’ woorden of ingewikkeld taalgebruik. Je moet als schrijver niet imponeren met je geleerdheid. Het hangt natuurlijk ook af aan wie je de brief schrijft en het onderwerp, maar probeer zoveel mogelijk op b1/b2 niveau te blijven.

 

4.     Persoonlijke toon

De brief is niet alleen een middel om informatie over te brengen, maar ook om vriendschap en sociale banden te onderhouden. Houdt het daarom ook persoonlijk. Het maakt de brief persoonlijker als je je ervaringen, emoties en gedachten deelt.

 

5.     Aangepast aan de ontvanger

De stijl van je brief moet passen bij degene aan wie je schrijft. Een brief aan een vriend verschilt van een brief aan bijvoorbeeld een directeur van een organisatie of een onbekende. Pas daar ook het taalgebruik op aan. Kies bewust of het iets formeler moet of juist iets amicaler.

 

6.     Morele vorming

Dit element is vandaag de dag misschien een beetje lastig. In de dagen van Gellert hadden brieven ook een opvoedende functie. Ze moesten blijk geven van deugden zoals bescheidenheid, matigheid en respect.
 
Toch zou ook in de huidige tijd aandacht voor deugden, waarden en normen in de brief niet misplaatst zijn. Maar wellicht dan meer om een onderwerp beter  bespreekbaar te maken en minder om daarover normerend te stellen. Alhoewel, misschien zijn juist ook de standpunten over normen nodig.

 

7.     Burgerlijk ideaal

Dit laatste element heeft te maken met de emancipatie van een deel van de samenleving. Destijds sloot de nieuwe briefcultuur aan bij de opkomende burgerlijke cultuur van de Verlichting. Niet de aristocratische elegantie, maar de deugdzame, ontwikkelde burger stond model.
 
Het burgerlijke ideaal is in onze huidige samenleving vooral gemeengoed geworden en vanzelfsprekend. Dit element is in de tegenwoordige tijd niet meer aan de orde. Er is natuurlijk wel altijd de mogelijkheid dat er een nieuw ideaal voor in de plaats komt. Schrijven vanuit een ideaal zou ook nu de samenleving voorwaarts kunnen brengen.

 

Meer nog dan de zeven elementen hield Gellert een pleidooi om vooral te oefenen. Gewoon beginnen met het schijven van een brief, en dan nog een en nog een. Dat wat je doet, als je oefent.

 

Dus, kom op. Wat let je? Ik zie je brief graag tegemoet.

Recente artikelen

door Christian 8 juli 2026
Vertaler of filosoof
Het voeden van verlangen
door Rob 3 juli 2026
Over het voeden van verlangen
door Christian 3 juli 2026
Waarom 'Over de mode' nog steeds actueel is!
Sepia geometrische illustratie van een peinzende zittende figuur naast de tekst
door Christian 27 juni 2026
Parabel van de houtsnijder
door Christian 26 juni 2026
Anna Catharina - mijn moeder
Mijn populariteit als 'Popular'-filosoof
door Christian 21 juni 2026
Mijn populariteit als 'Popular'-filosoof
Een cruciaal moment in mijn loopbaan.
door Christian 19 juni 2026
Ontmoeting koning Frederik de Grote
afbeelding bij de fabel de dansbeer, bron 'Fabeln und erzaehlungen', Gellert, 1989.
door Christian 16 juni 2026
Een fabel met een twist
Ovaal zwart-wit portret van een formeel geklede man met krullend haar, die iets naar links kijkt.
door Christian 13 juni 2026
Hoe Kant en ik elkaar beïnvloed hebben.