Europese ikken - ingezonden brief
2026年11月8, Zoucheng (邹城市), China (中国)
Geachte heer Garve, geachte heer Montaigne en geachte heer Hume,
Geachte heer van Renen (beheerder van de website),
Ik wil u allen complimenteren voor de manier waarop u met elkaar tot meer helderheid over de moraal, de zeden en de gewoonten probeert te komen. Voor mij is het een volgend voorbeeld hoe druk Europa toch steeds met zichzelf kan zijn.
Voordat ik los ga en van wal steek, zal ik me eerst even kort introduceren, zodat uw weet wat voor vlees u in de kuip heeft. Ik denk niet dat u mijn naam ergens gelezen of gehoord heeft. En als u mijn naam al ergens bent tegengekomen, dan zal dat onder de naam Mencius geweest zijn.
Ik was een tijdgenoot van de Griek Aristoteles. In China werd ik Mengzi genoemd: dat betekent ‘Meester Meng’. Mencius is de Latijnse variant, die in de 17e eeuw door de Jezuïeten aan mij gegeven is, toen ze China binnentrokken om het Woord te verkondigen.
De jezuïeten, die fundamentalistische tak binnen de Europese christelijke kerk. Ook weer zo’n schrijnend voorbeeld van de arrogantie waarmee Europa en de christelijke kerk ook toen al de hele wereld naar hun hand wilden zetten en het geloof in Jezus Christus er in wilden ranselen. “De hele wereld in het Latijn, da’s fijn!”, was toen blijkbaar het Europese credo voor de wereldoverheersing.
Wat mij opvalt aan de Europese filosofie
Wat mij door de eeuwen heen bij Europese filosofen opvalt is, hoe ongelooflijk druk ze met elkaar zijn. Het filosofische gesprek in Europa kenmerkt zich door discussie en debat, door het elkaar in de haren vliegen, en die vliegen vervolgens van elkaar af proberen te vangen.
Deze manier van werken komt in mijn beeld nog steeds voort uit de keuze die destijds door de Griekse filosofen Parmenides, Plato en Aristoteles gemaakt is om het ‘Zijn’ centraal te stellen.
Met het ‘Zijn’ als basis is een voor de hand liggend gevolg, om in gesprekken standpunten en posities in te nemen; het fixeren en statisch maken van dat waarover gesproken wordt. Deze werkwijze verschilt fundamenteel van de manier waarop we binnen de Chinese filosofie het gesprek gevoerd hebben.
In onze werkwijze accepteren we wat er tot dat moment is en vullen we aan, zodat het een stroom van denkbeelden wordt; meer een soort worden dat maar doorgaat, nooit af is en ook nooit af hoeft te zijn.
Het Europese denken lijkt een blind peuteren in de krochten van de ziel, het frutselen in het labyrint van het verstand en verstrikt zijn in kringgesprekken van de rede. En jullie komen daar ook maar niet van los. In mijn beeld is het misgegaan door binnen het filosofische gesprek het ‘Zijn’ centraal te stellen.
Vervolgens heeft de filosoof Plato daarop het Dualisme bedacht; dat er twee werelden zijn, 1) een ideële wereld van de begrippen waar alles klopt en 2) de dagelijkse wereld om ons heen waar we het met onze zintuigen moeten doen, zintuigen die ons kunnen bedriegen, de wereld van de schijn.
Even zonder nuance. Dit Dualisme kon vervolgens door de Apostel Paulus listig worden opgepakt om het christendom te funderen en de mensen in hun uitzichtloze dagelijkse ellende een ‘leven na de dood’ te kunnen voorliegen, een beter leven, een leven waar alles mooi en goed is, een leven in de hemel.
Gedurende wat jullie de ‘Middeleeuwen’ noemen heeft die christelijke kerk met harde hand geregeerd, meer dan 1000 jaar! Om uit die kerkelijke wurggreep te geraken is eind 15e eeuw (van jullie jaartelling) de Renaissance opgebloeid, de wedergeboorte. Van wat?
Van diezelfde oude Griekse denkbeelden uit de tijd van Plato en Aristoteles. Terug naar af. Maar niet helemaal; met de Renaissance begon ook de eerste stap om God als allesomvattend en als ‘antwoord op alles’ los te laten.
De Renaissance maakte de weg vrij voor wat jullie de ‘Verlichting’ zijn gaan noemen. Maar wat hebben jullie gedaan. Was eerst ‘God’ het antwoord op al jullie vragen, met de Verlichting was je eigen ‘ik’ het antwoord op alle vragen. En het blinde geloof werd vervangen door het verstand en de ratio, waarin het ‘ik’ centraal werd gezet. Maar nog steeds binnen de logica en de grondbeginselen van Plato en Aristoteles.
Jullie hebben nooit de wortels van jullie denken ter discussie gesteld. Jullie zijn blind gebleven voor jullie eigen denkraam. Ik durf te stellen dat wat jullie ‘Verlichting’ genoemd hebben beter ‘Verdonkering’ had kunnen heten. Jullie hebben je laten verleiden om de hele wereld te willen begrijpen en te verklaren door het ‘ik’ als subject, en dat ‘ik’ de rol te geven die jullie eerst aan God gegeven hadden.
Daardoor zijn jullie in je eigen denken afgedaald naar krochten en kerkers, naar het binnenste van het binnenste van jullie denken, en wat daar weer achter zit. Kortom, daar waar het steeds donkerder wordt.
Jullie hebben jezelf vragen gesteld, voor jullie essentiële en wezenlijke vragen, ‘Waarom-vragen’, vragen waar het voor de mens onmogelijk is om een onomstotelijk waar antwoord op te formuleren. En toch maar doorgaan en doorgaan.
De enige filosoof die de zinloosheid hiervan begreep was Friedrich Nietzsche. Maar ook hij was gevangen in de oude Griekse wortels van het denken die als tentakels de geest omsluiten. En door de manier waarop hij zich los probeerde te maken, kon hij door de anderen weggezet worden als een soort van boze puber, een kunstenaar, en later, nadat hij geestelijk was ingestort, als een gek.
Zo krampachtig hebben jullie in Europa vastgehouden aan dat wat je niet durfde los te laten. En zo arrogant, zo hoogmoedig en zo naïef hebben jullie de hele wereld naar jullie hand proberen te zetten. Eeuwen lang en nog steeds.
Ik besef dat het voorgaande bot geformuleerd is en boude uitspraken bevat. Het is duidelijk dat ik ook een beetje boos ben. Waarom? Omdat jullie, als ook veel andere Europese filosofen uit de tijd van de Verlichting en daarna, in jullie werk, China meer dan eens hebben weggezet als een achtergebleven cultuur, als onderontwikkeld en ons soms vergelijken met ‘wilden’.
Hoezo achtergebleven cultuur? En waarom weer die arrogantie? Waar is die nu eigenlijk op gebaseerd? Mag ik jullie er nog even op wijze dat jullie in het jaar 2026 (van jullie jaartelling) leven en ik in het jaar 4724 (van de Chinese jaartelling).
Wenkend perspectief
Zo, einde van de tirade. Nu het wenkende perspectief: het Chinese perspectief. Nogmaals ik ben een tijdgenoot van Aristoteles, maar ik heb andere wortels meegekregen om mijn denken op te laten groeien. Waarin verschillen die wortels?
Allereerst is er binnen de Chinese denkwijze geen God die de aarde en het heelal geschapen heeft of in beweging gezet heeft. Dus ook geen God die alwetend is en het antwoord heeft op alle ‘waarom’ vragen. Het Chinese denken gaat niet uit van een transcendente wereld (een wereld die we niet zintuiglijk kunnen waarnemen (denk nog even aan Plato)). Voor ons is de wereld immanent: dat wat binnen de werkelijkheid zelf aanwezig is en vanuit die werkelijkheid werkzaam is. Daarbuiten is er niets.
Ten tweede heeft het Chinese denken niet het ‘Zijn’ als fundament voor het denken gekozen om van daaruit, via de door Aristoteles ontwikkelde, logica de rest van de wereld proberen te verklaren. Hierbij is ook de westerse wetenschap op die logica gebaseerd.
Het derde en laatste punt is dat het Chinese denken heel nadrukkelijk gebaseerd is op het idee van een kosmos waarbinnen de onderdelen continu op elkaar inwerken op zoek naar balans. Alles bestaat alleen in wisselwerking met elkaar en is continu in wording, zonder gesteld einddoel. Vanuit deze wortel is er geen specifiek en losgezongen ‘ik’; het ‘ik’ is altijd temidden van andere krachten, te midden van andere ‘ikken’.
Voordat ik mezelf nu verleid om het effect van deze drie ‘andere’ wortels op de hele filosofie los te laten, in haar volle breedte, moet ik met u terug naar de aanleiding van deze brief, als reactie op de reeks artikelen over de moraal.
Wat betekent het denken vanuit deze wortels voor het denken over moraal?
Allereerst is het vraagstuk van de moraal geen vraagstuk voor een specifiek individu. Het vraagstuk van de moraal is alleen een vraagstuk omdat er meerdere individuen bij betrokken zijn. Het vraagstuk van de moraal ontstaat juist tussen de individuen en is niet individueel te isoleren. Binnen de Chinese filosofie noemen we dat ‘trans-individueel’. ‘Trans-individueel’ betekent letterlijk: datgene wat het afzonderlijke individu overstijgt, maar tegelijkertijd de individuen met elkaar verbind.
Ten tweede vinden we de vraag ‘waarom’ de mens een moraal heeft niet relevant. De mens beschikt, in het zijn tussen de andere mensen, over een moraal, over wat gepast is en wat niet gepast is. Die morele eigenschap voelt een mens zodra hij ‘schaamte’ of ‘medelijden’ voelt. Dat een mens dat voelt, impliceert dat zhij een moreel wezen is. Vanuit dat fundament ontwikkeld een mens diens verdere moraliteit
Het derde en laatste punt dat ik nu naar voren wil brengen, ligt in het verlengde van het vorige punt. Het Chinese denken over moraliteit kent niet het aspect dat de mens beschikt over een ‘Geweten’, dat een eigen stemmetje heeft. Wij sluiten aan bij de menselijke natuur. Daarbij hebben we de insteek dat wat een mens kan, zonder het te leren, een oorspronkelijke, fundamentele vaardigheid is. En, dat wat een mens weet, zonder dat het te hebben hoeven leren, is een oorspronkelijk, fundamenteel weten is. Het voelen van schaamte en medelijden zien we als dergelijke fundamentele vaardigheden. En daarmee is de mens, als mens tussen andere mensen, moreel bestempeld, punt. De mens, als wordend wezen, moet vervolgens diens eigen weg volgen om de moraliteit verder te ontwikkelen.
Ik heb deze denkwijze over moraliteit destijds uitgewerkt. En nogmaals, dat heb ik niet gedaan op basis van logica, deductie, inductie of wat voor Europees bedachte regels daar allemaal voor gelden. Ik heb die denkwijze uitgewerkt door het geven van veel voorbeelden, korte verhaaltjes over het handelen, veelal van een vorst, om vervolgens tot de moraal van het verhaal te komen. Daardoor ook geen ingenomen standpunten en onderbouwing van conclusies. Het zijn zienswijzen, alleen zienswijzen, om het denken en het gesprek op gang te brengen.
Tot slot
Ik hoop met deze brief u een wenkend perspectief te hebben geboden; een luikje in een verdonkerde kamer, een luikje met nieuw licht, met licht uit het oosten, licht uit het Morgenland. Niet om in plaats van uw eigen denkbeelden te zetten, maar om er naast te zetten. Om weer even stil te staan dat ieder van ons geworteld is in een eigen denktraditie. En dat er dus ook andere denktradities zijn, vanuit andere wortels.
Mag ik eindigen met de antwoord dat de haar Kant gegeven heeft op zijn eigen vraag ‘Wat is Verlichting?”. Zijn antwoord was: “Verlichting is het uitreden van de mens uit zijn zelfverschuldigde onmondigheid”.
Ik wens u, mij en iedereen toe om uit die zelfverschuldigde onmondigheid te kunnen treden; om weer zelf kritisch na te denken over al die mooie vraagstukken. We moeten dan ons ook bewust zijn van de wortels van waaruit we denken, en die we vergeten zijn ter discussie te stellen. Als het lukt om onze wortels van het denken kritisch te onderzoeken, dan komen we pas echt tot Verlichting met een grote V. Ik gun het u!
Met respectvolle wensen voor uw welzijn,
Mengzi




